Aeisso Boelman vertelt in een interview met Vastgoed Actueel welke kansen hij ziet om nieuwbouw weer op gang te krijgen.
Nieuwbouw is hoofdpijndossier, maar er is hoop
Aeisso Boelman is partner/directeur bij Fakton, financieel en strategisch adviesbureau voor het ruimtelijk domein. Hij weet met zijn 25 jaar lange ervaring in vastgoed en het ruimtelijk domein hoe de vlag van de nieuwbouw erbij hangt. Dankzij zijn oplossend vermogen ziet hij kansen voor de nieuwbouwmarkt. Spoiler: het heeft met geld en wetgeving te maken.
door Judith Bakkers – Vastgoed Actueel
Waardoor zit de nieuwbouw in Nederland op slot?
“Door een dodelijke mix van factoren. Allereerst door structuurbepalende situaties die vastlopen. Daarvan zijn energienetcongestie, stikstofproblematiek en mobiliteit – met name de capaciteit van wegennet en het openbaar vervoer – de belangrijkste. Maar ook de lange proceduretijden van onder andere omgevingsvergunningen, door wet- en regelgeving en gebrek aan capaciteit bij gemeenten.
Het altijd streng vasthouden aan twee derde betaalbare woningen doet de nieuwbouw ook geen goed. Dat zet de haalbaarheid soms onnodig onder druk. En als laatste zorgen hoge bouwkosten voor vertragingen, uitstel of zelfs afstel. Een gemiddeld project duurt van begin tot eind op z’n minst zes jaar. Dat kan en moet korter. Gelukkig komen er ook projecten wél van de grond, maar dat zouden er veel meer moeten en kunnen zijn.”
Worden hoge prijzen van nieuwbouwwoningen veroorzaakt door hoge grondprijzen van de gemeenten?
“Het is een misvatting dat de grondprijs zorgt voor hoge woningprijzen; het is precies andersom! De gemeenten hebben relatief weinig grond om te verkopen in vergelijking met grond die verkocht wordt door bedrijven, zoals fabrieksterreinen, slooppanden en boerenland. Het is natuurlijk wel zo dat steeds meer projecten en gebiedsontwikkelingen last hebben van een hoge aankoop- of verwervingsprijs. Maar dat is niet de belangrijkste oorzaak van de stijging van de nieuwbouwprijzen. De grondprijs wordt bepaald door het soort woning dat erop wordt gebouwd en hoe duur de bouw is. De prijzen van woningen stijgen juist doordat mensen meer kunnen lenen, onder andere door de lage rente. Een hoge leencapaciteit leidt tot een hoge prijs van woningen. Ook veel vraag en weinig aanbod speelt hierin mee.”
Hoe kan de nieuwbouw weer op gang komen?
“Begin bij structuurversterkende maatregelen, zoals het op orde brengen van netcongestie, stikstof en mobiliteit. En zorg voor de mogelijkheid voor decentrale energieopwekking, zonder dat er regelgeving in de weg zit. Daarnaast is het belangrijk om het binnenlandse en buitenlandse investeringsklimaat te versterken. Alleen met onze Nederlandse pensioen- en verzekeringsgelden redden we het niet meer. Die kunnen alle ontwikkelprojecten niet dekken. Laat buitenlandse investeerders, maar ook de woningcorporaties, geen vennootschapsbelasting meer betalen. Dat zou al helpen.
Betaalbare woningen zijn echt belangrijk, maar laat als regering de lagere overheden naar eigen goeddunken omgaan met die betaalbaarheid. Bouw duurdere woningen voor doorstromers in wijken waar veel sociale woningen staan. Dat kan bijvoorbeeld in een wijk als Overvecht in Utrecht, waar 75% eigendom van woningcorporaties is. Laat daar de betaalbaarheidseis vervallen of afzwakken. Dat zorgt voor diversiteit en het doorstroomtreintje waar de woningmarkt naar snakt.”
Wat is hiervoor nodig?
“We kunnen dit alleen realiseren als iedereen samenwerkt. Na de financiële crisis werden gebiedsontwikkeling en woningbouw vooral de verantwoordelijkheid van marktpartijen. Dat moet anders. Stevige samenwerkingen tussen (lokale) overheden en marktpartijen vragen om financiële back-up van het Rijk voor die lagere overheden. Dat betekent dat er structureel meer geld voor woningbouw nodig is, in plaats van het vorige budget van 2 miljard te halveren, zoals het nieuwe kabinet doet. Dat bedrag was al te laag. Om te kleine budgetten voortaan te voorkomen, moeten rijksmiddelen structureel hoger, programmatisch en langjarig gemaakt worden.”
Halen we dan het doel van 981.000 woningen in 2030?
“Diverse kabinetten hebben plannen gelanceerd voor grootschalige woningbouwlocaties waar mensen wonen, werken en recreëren. Neem het project Rijnenburg in Utrecht voor 25.000 woningen, waar nu veel discussie is over openbaar vervoer en wegen. Of Almere Pampus, met vergelijkbare problemen. Als we de woningbouw serieus nemen en deze problemen oplossen, dan denk ik dat we de ambitie kunnen halen. Het idee van grootschalige woningbouw is sterk. Laten we beginnen met de structuur en het investeringsklimaat te versterken. Daar moet de nadruk op liggen om grote gebiedsontwikkelingen te kunnen realiseren.”
Hoe denkt u dat de woningbouw kan versnellen?
“Versnellen betekent in ieder geval ‘niet vertragen’. Vorig jaar zijn er 86.000 vergunningen afgegeven. Het uitgeven van vergunningen moet ieder jaar omhoog. Belangrijk knelpunt is de capaciteit en kwaliteit van ambtenaren. Daarnaast missen we voldoende capaciteit en kwaliteit bij marktpartijen. Er zijn meer mensen nodig. De materie is namelijk veel complexer geworden, met stikstofproblemen, duurzaamheid, netcongestie en andere moeilijke vraagstukken. De complexiteit van het ontwikkelproces is toegenomen ten opzichte van bijvoorbeeld twintig jaar geleden. We zouden het proces makkelijker moeten maken. En dat kan. Door procedures gelijk te schakelen, het zogenaamde parallel plannen. Daarmee kan de ontwikkeltijd van zes naar twee jaar. Dat zou al een stuk helpen.”
Wat helpt nog meer?
“De discussie over nieuwe woonruimte is te eenzijdig: het gaat altijd over nieuwe woningen bouwen. Maar een deel kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld optoppen of splitsen. Iets waar gemeenten jaren tegen waren, maar waar nu gelukkig een kentering te zien is. Ik mis het hele doorstroomverhaal in de plannen. Meer middensegmentwoningen, betekent meer doorstroom. Ook voor ouderen die hun grote huizen willen verlaten. Dit raakt ook aan de twee derde betaalbaarheid. Als je doorstroom krijgt, komen die betaalbare woningen vanzelf beschikbaar.”
Is de koopwoningmarkt op dit moment een zeepbel die op ontploffen staat?
“Op het mondiale toneel zijn het spannende tijden; oorlogen, energiecrisis en grondstoffenstrijd zorgen voor onzekerheid over inflatie en rente. Toch hebben we over de gehele linie een langere periode gehad van lage rente, dus hoge leencapaciteit en hoge woningprijzen. Macro-economisch lijkt het alsof we aan het infuus liggen van die lage rente. Tel daarbij op dat er veel vraag en weinig aanbod is en de prijzen blijven hoog. Terwijl juist enige ontspanning op de woningprijzen gewenst is.”
Welke heilige huisjes moeten verdwijnen?
“Het is teleurstellend dat dit nieuwe kabinet niet het mes zet in de hypotheekrenteaftrek. Afbouwen of afschaffen is goed om huren en kopen meer gelijk te trekken. Ook zou de overdrachtsbelasting op niet-permanent zelfbewoonde huizen omlaag moeten. Dit is nu 7% voor investeerders. Die schrikken we hiermee af. Dat betekent: verkoop van verhuurde woningen en geen nieuwe aanwas van huurwoningen. Het maakt het Nederlandse investeringsklimaat ook onaantrekkelijk voor (buitenlandse) institutionele beleggers en woningcorporaties. Terwijl zij de bouw kunnen bevorderen.”
Waar moeten nieuwbouwmakelaars zich op focussen?
“Zowel bij bestaande bouw als bij nieuwbouw is het belangrijk dat makelaars heel transparant zijn over wat hun diensten inhouden en wat de verkoopprocedures zijn. Verder moeten ze hun vakmanschap laten gelden wat betreft adviezen, prijsbepalingen en het gevoel van de lokale markt. Zij kunnen als geen ander hun deskundigheid inzetten om marktpartijen te helpen bij het maken van de juiste keuzes.”